Samenvatting

CMB plant op de voormalige BP-site een Maritieme Campus (Maritieme Campus Antwerpen, MCA). De BP-site is een industrieterrein dat nagenoeg volledig omgeven is door het natuurgebied Hobokense Polder. De Hobokense Polder is een erkend natuurreservaat en maakt als Grote Eenheid Natuur integraal deel uit van het Vlaams Ecologisch Netwerk.

In dit artikel onderzoeken we de potentiële impact van het MCA-project op de broedvogelpopulaties in de Hobokense Polder. We gebruiken hiervoor de resultaten van vier broedvogelkarteringen uitgevoerd in de periode 2010 - 2020. Deze data is beschikbaar in Avimap en kan worden opgevraagd. Om de verstoring van de eerste fase van het MCA-project op de broedvogelpopulatie in te schatten gebruiken we de alertafstand voor broedende vogels per soortgroep uit Krijgsveld et al. (2008). De alertafstand is de korste afstand die leidt tot een gedragsverandering (alertheid) door verstoring, vanaf dan heeft de vogel last van verstoring. In deze analyse gaan we er van uit dat de kwaliteit van het leefgebied afneemt in de ‘alertzone’ rond het projectgebied. Dit kan leiden tot een verminderd broedsucces of het mijden van deze zone als broedgebied. Voor de afbakening van het projectgebied baseerden we ons op de “Aanmelding inclusief verzoek scopingsadvies” van het “Project-MER ‘Maritieme Campus Antwerpen” (pp. 60-61 en 114). Dit projectgebied is kleiner dan het projectgebied dat in het uiteindelijke MER beschreven wordt, wat betekent dat de berekende impact een onderschatting is van de reëel te verwachte impact.

Vijfentwintig soorten (op een totaal van 52 onderzochte soorten) broedden de afgelopen tien jaar minstens één keer binnen de alertafstand van het project. Daarnaast broedden er naar alle waarschijnlijkheid nog eens 13 algemene soorten die niet werden gekarteerd. Dit betekent dat meer dan de helft van de in de Hobokense broedende soorten de kwaliteit van tenminste een deel van haar leefgebied ziet afnemen.

Voor sommige soorten zal meer dan één derde van de populatie negatief beïnvloed worden. Gezien de populaties nu al klein zijn, kan de bouw van de Maritieme Campus er toe leiden dat deze soorten verdwijnen uit de Hobokense Polder. Dit geldt onder andere voor de blauwborst, een soort van bijlage 1 van de vogelrichtlijn. Het MCA-project bedreigt ook het voortbestaan van de Hobokense populaties van de in Vlaanderen bedreigde soorten rietgors, fitis, tuinfluiter en nachtegaal. Daar populaties van soorten als fitis en nachtegaal in de Scheldevallei sterk achteruit gaan, zal het eventueel verdwijnen van de deelpopulaties in de Hobokense Polder een bovenlokaal effect hebben.

Inleiding

CMB plant op de voormalige BP-site een Maritieme Campus (Maritieme Campus Antwerpen, MCA). De BP-site is een industrieterrein dat nagenoeg volledig omgeven is door het natuurgebied Hobokense Polder. De Hobokense Polder is een erkend natuurreservaat en maakt als Grote Eenheid Natuur integraal deel uit van het Vlaams Ecologisch Netwerk. Volgens artikels 16 van het Natuurdecreet moet de bevoegde overheid bij een vergunningsplichtige activiteit er zorg voor dragen dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan. Dit kan door de vergunning of toestemming te weigeren of door redelijke voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen. Volgens artikel 26 mag de overheid geen toestemming of vergunning verlenen voor een activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken.

In dit artikel onderzoeken we de potentiële impact van het MCA-project op de broedvogelpopulaties in de Hobokense Polder. We gebruiken hiervoor de resultaten van vier broedvogelkartering uitgevoerd in de periode 2010 - 2020.

Dat het MCA-project verstoring van broedvogels zal veroorzaken in vergelijking met de de huidige situatie is meer dan duidelijk. Tijdens de aanlegfase zorgen geluid en beweging bij de werken voor verstoring. In de exploitatiefase zullen zowel het verkeer, de activiteiten op de site (met tal van recreatiemogelijkheden en activiteiten ook buiten de normale werkuren) en de gebouwen zelf (weerspiegeling, licht…) verstoring van broedvogels veroorzaken. Het MER geeft aan dat vestoring door geluid en trillingen en visuele verstoring zowel zal optreden tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefae. De verstoring zal ook een veelvoud zijn ten opzichte van de BP- (of Castrol-)tijd, want toen waren er veel minder werknemers en waren de gebouwen veel lager en was de activiteit op de terrein beperkt tot het aan en afrijden van enkele tientallen vrachtwagens per dag.

Methode

Broedvogelkarteringen in de Hobokense Polder

De broedvogels van de Hobokense Polder worden sinds de jaren 1980 frequent geïnventariseerd. De meest recente broedvogelkarteringen werden uitgevoerd in 2012, 2014, 2016 en 2019. Deze gegevens zijn digitaal beschikbaar op avimap.be.De meest algemene soorten werden in deze jaren niet geïnventariseerd. De lijst van wel gekarteerde soorten is niet voor elk onderzoeksjaar hetzelfde (zie tabel 6 in bijlage achteraan). De karteringen werden uitgevoerd op gestandaardiseerde wijze met een uitgebreide territoriumkarteing zoals beschreven door Sovon (Hustings et al., 1985, Van Dijk & Boele, 2011, Vergeer et al., 2016).

Impactbepaling

Om de verstoring van de eerste fase van het MCA-project op de broedvogelpopulatie in te schatten gebruiken we de alertafstand voor broedende vogels per soortgroep uit Krijgsveld et al. (2008). De alertafstand is de korste afstand die leidt tot een gedragsverandering (alertheid) door verstoring, vanaf dan heeft de vogel last van verstoring. Voor groepen waar de alertafstand voor broedende vogels niet is opgegeven, wordt een afstand gehanteerd gelijk aan twee derde van de alertafstand voor rustende of foeragerende vogels. Hoewel deze studie enkel verstoring door recreatie behandelt, wordt aangenomen dat de onderzochte respons van soorten ook een indicatie geeft voor verstoringsgevoeligheid door andere bronnen. De studie wordt frequent gebruikt bij impactbepalingen (bv. Passende Beoordeling bij het Plan-MER PRUP ‘rechteroever jachthaven Nieuwpoort’). In deze analyse gaan we er van uit dat de kwaliteit van het leefgebied afneemt in de ‘alertzone’ rond het projectgebied. Dit kan leiden tot een verminderd broedsucces of het mijden van deze zone als broedgebied. De gehanteerde alertafstanden staan vermeld in tabel 6.

Met behulp van ruimtelijke technieken uit het package sf (Simple Features for R) in R (© 2020 The R Foundation for Statistical Computing) wordt voor elk territorium de kortste afstand bepaald tot het MCA-projectgebied (zie figuur 1). We beschouwen het geheel van gebouwen, toegangswegen en parkeerlocaties als projectgebied. Voor de afbakening van het projectgebied baseren we ons op de projectbeschrijving uit de “Aanmelding inclusief verzoek scopingsadvies” van het “Project-MER ‘Maritieme Campus Antwerpen” (pp. 60-61 en 114). Dit projectgebied is kleiner dan het projectgebied dat in het uiteindelijke MER beschreven wordt, wat betekent dat de berekende impact een onderschatting is van de reëel te verwachte impact. Vervolgens bepalen we per soort en per karteringsjaar het aantal territoria binnen de alertafstand en het aandeel dat dit uitmaakt ten opzicht van de totale populatie in het natuurgebied. Op basis hiervan wordt per soort het maximum aantal territoria binnen de alertafstand en het gemiddeld aandeel over de verschillende karteringsjaren berekend.

Figuur 1: Projectdelen MCA-fase 1.


Resultaten

Figuur 2 geeft een overzicht van alle vastgestelde territoria in de vier onderzoeksjaren.