Hollebeekvallei: laatste restanten natuur (2005)

1.    Inleiding

In dit document wordt achtergrondinformatie gegeven bij het Hollebeekdossier. Naast een korte schets van het stroomgebied, wordt een toelichting gegeven bij de huidige waarde van het valleigebied en bij de huidige bestemmingen. Vervolgens worden zeer kort de nieuwe trends in de ruimtelijke ordening geschetst en de initiatieven die door de stad genomen zijn om een nieuwe visie voor het valleigebied te ontwikkelen. Tenslotte worden de verschillende deelgebieden waardoor de Hollebeek stroomt bondig besproken. Dit achtergronddocument legt uit waarom er actie gevoerd wordt tegen de nieuwe verkavelingsaanvragen.

2.    Situering

De Hollebeek ontspringt in het zuiden van de stad Antwerpen nabij de grens met Hemiksem. Het brongebied ligt ca.21 m boven de zeespiegel op een heuvelrug die zich uitstrekt van het centrum van Hemiksem via Wilrijk naar Mortsel. De Hollebeek vormt vanaf haar bron tot aan het Kiel de grens tussen de districten Hoboken en Wilrijk. Ze loopt afwisselend door sterk verstedelijkt gebied en mooie groengebieden, o.a. het Schoonselhof. Ter hoogte van De Bruynlaan verdwijnt de beek onder de grond en stroomt ze via het gemengde rioleringsstelsel naar het RWZI[1] Antwerpen-Zuid.

Figuur 1 : Situering van de Hollebeek op de topografische kaart (bron NGI)

3.    Biologische Waarde

De Biologische Waarderingskaart is een uniforme en gebiedsdekkende inventaris van de Vlaamse biotopen en van het landgebruik. Van deze kaart kan je voor elke plaats in Vlaanderen aflezen welk biotoop of landgebruik er voorkomt. Aan de biotopen is een biologische waardering toegekend die varieert van zeer waardevol (donker groen) over waardevol (lichtgroen) tot minder waardevol (wit). De Hollebeek vormt als het ware een snoer van biologisch waardevolle en zeer waardevolle ecotopen (zie Figuur 2 ). Op deze wijze dringt de natuur de stad binnen: de waardevolle bosgebieden ten zuiden van Antwerpen zijn via de beekvallei verbonden met het Schoonselhof, Fort VIII en Fort VII. Allerhande dieren, bijvoorbeeld egels of stekelbaarsjes, gebruiken deze corridor en zijn waar te nemen in of langs de Hollebeek op het Valaar.

 

Figuur 2 : Biologische waarderingskaart

Besluit:

De beek vertrekt vanuit grote eenheden natuur die overgaan in een smal groen lint dat tot ver de stad binnendringt. Vandaar dat de Hollebeek binnen het Ruimtelijk Structuurplan van de provincie Antwerpen (zie paragraaf 6) ook beschouwd wordt als één van de zeldzame groene vingers die de stad binnendringen. Het versnipperen van dit groene lint zou de potenties voor natuur in de stroomafwaartse delen verder doen afnemen.

4.    Ruimtelijke ordening en landgebruik.

De wet op de ruimtelijke ordening van 1962 en de gewestplannen hebben de ruimtelijke ordening en het landgebruik de laatste decennia sterk bepaald. Het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd in 1981, bepaalt nog steeds de wettelijke bestemmingen in de vallei van de Hollebeek (zie Figuur 3 ). Deze bestaan uit woon- en parkgebieden en gebied voor gemeenschapsvoorziening (met name de begraafplaatsen). Dat integraal waterbeheer bij de opmaak van de gewestplannen nog niet was ingeburgerd spreekt uit de kaarten. Langs bijna de hele beekloop wordt minstens één oever ingenomen door woongebieden.

 

Figuur 3 : Extract uit het gewestplan Antwerpen

 

De geplande industrie- en woongebieden zijn anno 2000, op enkele details na, geheel ingevuld (Figuur 4 ). Van inrichting van de parkgebieden is echter geen sprake. Noch het kasteeldomein Klaverblad noch de weilanden in het brongebied zijn publiek toegankelijk. Het Schoonselhof wel, als begraafplaats. Het parkgebied aan de brem bestaat voor 90% uit niet toegankelijke tuinen, moestuintjes, serres en andere bebouwing. Enkel ten oosten van het kerkhof van Hoboken bevindt zich een klein toegankelijk stuk spontane natuur (het Motteke). Ook de strook groengebied ten noorden van de Letterkundestraat is grotendeels ingepalmd door tuinen en gebouwen.

Figuur 4 : Evolutie van de bebouwing in en rond de Hollebeekvallei tussen 1956 en 2000.

Besluit : 

In de Hollebeekvallei zijn de woon- en industriegebieden volledig gerealiseerd, is een aanzienlijk deel van de parkgebieden bebouwd en zijn de resterende parkgebieden voor een groot deel ontoegankelijk.

5.    Watersysteem

Het watersysteem van de Hollebeekvallei is sterk door de mens beïnvloed. De verstedelijking veroorzaakte een enorme toename van de verharde, waterondoorlatende oppervlakte. Dit heeft meerdere negatieve gevolgen. Enerzijds sijpelt minder neerslagwater door naar het grondwater, waardoor de grondwatertafel daalt, minder water uitreedt in de vallei (kwel) en bijgevolg het gemiddelde peil van de beek daalt. Droogvallen betekent voor een waterloop een zware aanslag op het ecosysteem. Vele dieren en planten sterven af. Anderzijds vloeit er tijdens perioden met zware neerslag veel meer water oppervlakkig af, waardoor piekdebieten ontstaan met in het slechtste geval overstromingen. Ook dergelijke piekdebieten zijn nadelig voor het ecosysteem. Door de overdreven grote stroomsnelheden worden dieren en planten meegesleurd. In beide gevallen kunnen de verdwenen soorten slechts langzaam hun plaats terug innemen.

De druk van bebouwing neemt momenteel nog steeds toe. Verdere bebouwingen in het valleigebied blijven voor een verdere verhoging van verharde oppervlakken en voor een verdere verhoging van piekdebieten zorgen door het versneld afvoeren van regenwater. De effecten van de verkavelingen die zich de laatste decennia hebben voorgedaan zijn nooit doorgerekend. De watertoets – nu verplicht bij elke nieuwe verkaveling – bestond immers nog niet.

Het water in de Hollebeek zou van matige kwaliteit zijn. Toch is het niet onwaarschijnlijk dat nogal wat pesticiden vanuit de tuinen en vanuit een aangrenzend tuinbouwbedrijf de beek bereiken.

Besluit:

Een watersysteemvisie zou in de toekomst kunnen leiden tot een gunstiger peil- en oeverbeheer en een meer natuurlijke inrichting van overstromingsgebieden binnen het valleigebied. Een grondige watersysteemkennis moet de basis leveren voor een goede ruimtelijke ordening. Ook de invloed van het landgebruik op de waterkwaliteit moet mee deel uitmaken van de toekomstvisie. Zolang deze watersysteemvisie niet beschikbaar is kunnen verdere verkavelingen niet toegestaan worden.

6.    Recente plannen en visies

Naast het gewestplan (zie paragraaf 3) zijn er de afgelopen 10 jaar heel wat nieuwe visies op de ruimtelijke ordening ontwikkeld. De uitgangsprincipes op schaal Vlaanderen zijn neergeschreven in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 1997). We citeren enkele uitgangspunten die betrekking hebben op het Hollebeekdossier:

  • Ruimtelijke principes: “Het fysisch systeem is ruimtelijk structurerend: dit betekent dat de huidige intrinsieke kenmerken van het bestaande fysische systeem het richtinggevend kader zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling van o.a. de functie wonen. … Belangrijke structurerende componenten voor Vlaanderen zijn o.a. het netwerk van beek- en riviervalleien…”
  • Ruimtelijke ondersteuning van het integraal waterbeheer: “Het ruimtelijk beleid ondersteunt het integraal waterbeleid: beperking van de hoeveelheid verharde oppervlakte in infiltratiegebieden, valleien vrijwaren van bebouwing met het oog op natuurlijke overstromingsmogelijkheden en het vermijden van potentiële conflicten tussen wonen en water,…)
  • Behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden: “Tot de stedelijke natuurelementen behoren de gebieden van de natuurlijke structuur die doordringen tot in het stedelijk gebied en de onderdelen van de ecologische infrastructuur zoals …, bermen, oevers,… stedelijke natuurelementen hebben verschillende maatschappelijke functies. Ze zijn ecologisch, esthetisch, sociaal en psychologisch belangrijk. Ze zijn stadslandschapvormend…. Stedelijke natuurelementen moeten worden behouden en ontwikkeld.”
  • Zorgen voor de collectieve en openbare ruimten: “een fundamentele herwaardering van de openbare ruimten in het stedelijk gebied is een belangrijk element in de stedelijke vernieuwing. Het is een voorwaarde om het stedelijk wonen aantrekkelijk te maken.

Momenteel wordt het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen herzien maar deze algemene uitgangspunten blijven geldig en dienen ook concreet uitgewerkt te worden in de provinciale en stedelijke structuurplannen. Het Provinciaal Structuurplan Antwerpen is reeds beschikbaar en ondersteunt deze visie. De Hollebeekvallei wordt er beschouwd als één van “groene vingers”, dit zijn smalle groene zones die vertrekken vanuit een groter groengebied en die doorlopen tot in de stad.

De concrete visie binnen het structuurplan van de stad Antwerpen (RSA) is nog niet bekend.  De stad Antwerpen keurde in het verleden wel "de beleidsovereenkomst natuurlijke entiteiten" goed waarin waterlopen vernoemd worden als belangrijke stedelijke natuurlijke elementen die om bescherming vragen. Ze onderschrijft hiermee de uitgangsprincipes van de bovenvernoemde structuurplannen. De stad haalt zelf in dit verband de Hollebeek aan als voorbeeld en verzoekt dan ook het Vlaams gewest de open ruimte aan de Hollebeek te behouden. De stad volgde dit standpunt op het terrein door een nieuwe verkavelingsaanvraag in het valleigebied af te keuren (collegebesluit 6/8/2003).

Er werd besloten dat de huidige bestemmingen op het gewestplan niet meer voldeden en dat er een nieuwe visie voor de Hollebeekvallei ontwikkeld moest worden. De stad wenste hiervoor niet te wachten op het RSA. Vandaar dat er niet gewerkt wordt via een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (hiervoor is immers eerst een structuurplan nodig), maar via een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA). Op het College van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen werd op de zitting van 11 maart 2005 het volgende beslist: “Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel dat er voor de Hollebeekvallei, tussen de Hollebeekstraat-Zwaantjesstraat en Krijgsbaan, een bijzonder plan van aanleg wordt opgemaakt.” Een BPA moet het mogelijk maken om – in het kader van nieuwe inzichten in de ruimtelijke ordening en nieuwe functies van een bepaald gebied – bestemmingen te wijzigen zodat ze meer aan de huidige behoeften voldoen. In dit concrete geval waren er 2 duidelijke argumenten om een BPA op te starten: enerzijds publiek (en natuurlijk) groen in de wijk dat tevens verbonden is met het groen van de stadsrand en anderzijds buffering van water tegen overlast (vooral voor de lager gelegen percelen langs de hollebeekstraat en de zwaantjes).

Besluit

De Hollebeekvallei voldoet bijgevolg aan alle randvoorwaarden voor bescherming als openbaar groen. De waterloop is een belangrijk structurerend element, de vallei vormt een aaneenschakeling van natuurelementen in een verstedelijkte omgeving, de vallei biedt ruimte voor wateroverlast en de groengebieden hebben als rustgebied een belangrijke educatieve en recreatieve waarde. Via een BPA kunnen de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Zolang het BPA niet is afgerond, is het niet aangewezen om binnen dit valleigebied nog nieuwe verkavelingsaanvragen goed te keuren.



[1]rioolwaterzuiveringsinstallatie

auteurs: Anik Schneiders & Wim Mertens, 2005

 

Info webmaster@hobokensepolder.be   Laatst gewijzigd op 6-09-2017